Eikenprocessierups

Afhankelijk van het ontwikkelingsstadium van de eikenprocessierups kan ze meer of minder overlast veroorzaken. Volgroeide rupsen hebben brandharen, die bij aanraking sterke irritatie kunnen veroorzaken aan huid, luchtwegen en ogen.

 eikenprocessierups

Hoe herken je ze?

Eikenprocessierupsen hebben een grijs-grauwe kleur en zijn getooid met lange haren. Ze trekken 'in processie' vanuit spinsels op stammen of dikke takken naar het gebladerte (bij voorkeur van inlandse eikenbomen). De rupsen komen in mei tevoorschijn en verdwijnen met de verpopping in juni.

Bekijk hier de verschillende fases in de ontwikkeling: 

fases eikenprocessierups

De meeste overlast kan van half mei tot eind juni verwacht worden. Tot eind september veroorzaken lege nesten en overgebleven brandharen nog ongemak. Lege nesten die verstoord worden, kunnen heel het jaar door voor overlast zorgen tijdens werkzaamheden in en rond besmette eikenbomen:

Ei-stadium:     tot half april = beperkt ongemak
Jonge rupsen:      half april tot half mei = beperkt ongemak
Volgroeide rupsen:     half mei tot eind juni = veel ongemak (brandharen)
Pop-stadium: half juni tot eind augustus = ongemak (nesten)
Vlinder: juli tot september = ongemak (nesten)

Welke gezondheidsproblemen veroorzaken ze ?
  • Hevige jeukhinder, ontstekingen of astmatische reacties
  • De huiduitslag verdwijnt vanzelf binnen twee weken
  • Acute of chronische oog-ontsteking
  • De haartjes kunnen enkel met een operatieve ingreep verwijderd worden
  • Bij inademing: slikstoornissen, ontsteking van de neusslijmvliezen en ademhalings-stoornissen
Wat moet je doen ?
  • Voorkom elk rechtstreeks contact met de rupsen en maak ook je kinderen attent;
  • Was of spoel na aanraking de huid en ogen goed met water (was zo nodig je kleren);
  • Gebruik geen insecticiden, de haartjes blijven nog lang actief en deze middelen kunnen schadelijk zijn;
  • Tracht de rupsen niet weg te spuiten met de hogedrukreiniger, de haartjes worden dan verspreid via de lucht;
  • Raadpleeg bij twijfel een arts !
Preventieve bestrijding?

In een natuurlijke omgeving worden rupsen in toom gehouden door hun natuurlijke vijanden (sluipwespen, sluipvliegen en de grote poppenrover), in een aantal gevallen is bestrijding echter aangewezen.

Wanneer op grond van aantasting in vorige jaren er grote aantallen worden verwacht, kan men de bladeren preventief met biologische middelen bespuiten. Hierdoor worden de rupsen gedood vóór ze hun karakteristieke brandharen hebben, waardoor veel overlast vermeden wordt. Later in het seizoen zal men ook veel minder moeten branden om het dier te bestrijden.

Er wordt bij de preventieve bestrijding gebruik gemaakt van biologische preparaten met als werkzame stof Bacillus thuringiensis:

  • Niet schadelijk voor het milieu
  • Geen effect op natuurlijke vijanden van de processierups
  • Rupsen worden gedood vóór ontwikkeling brandharen
  • Goedkoper dan branden, minder arbeidsintensief
  • Minder gezondheidsrisico‘s door brandharen tijdens de bestrijding
  • Bladbespuiting (voedsel van de rupsen)
  • Bomen moeten voldoende blad hebben (ongeveer 50%)
  • Periode waarin men kan spuiten is kort (< 1 maand)
  • Werkzame stof is vrij selectief
  • Effecten beperkt tot andere rupsensoorten
  • Lage giftigheid voor warmbloedigen
  • Minimum 15 °C voor optimale werking bestrijdingsmiddel
  • Geen regenweer of te sterke wind (afspoeling en drift vermijden)

De gemeentelijke groendienst voert ieder jaar een preventieve bestrijding uit. Hiervoor maken wij gebruik van een nevelspuit. De preventieve bestrijding gebeurt vanaf de grond.

Wanneer preventief bestrijden?

Tijdens het einde van het tweede larvaal en het vroege derde larvale stadium is de preventieve behandeling met Bacillus thuringiensis effectief. Vanuit natuur- en milieuoogpunt wordt niet aangeraden om met andere middelen te bestrijden. De rupsen ontwikkelen nu meer en meer schadelijke brandharen, daarom moeten de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt worden. Via de provincie wordt gemeld wanneer de preventieve bestrijding kan uitgevoerd worden. Particulieren worden afgeraden de rupsen zelf te bestrijden!

Waar preventief bestrijden?

Uiteraard is het onmogelijk iedere eik in onze gemeente preventief te behandelen. Preventieve bestrijding is meestal alleen nodig in drukbevolkte of drukbezochte gebieden: de bebouwde kom of andere publieke plaatsen zoals langs scholen, wandel- of fietswegen. In meer afgezonderde gebieden waar weinig mensen wonen of komen wordt geen bestrijding aangeraden. In natuur- of bosgebieden wordt verondersteld dat het biologisch evenwicht kan behouden worden via de natuurlijke vijanden en ondervindt de mens weinig hinder en is preventieve bestrijding meestal niet nodig. Via deze gemeentelijke website en het gemeentelijk infoblad werden onze inwoners in het voorjaar geïnformeerd over deze preventieve bestrijding. 

Afbranden van nesten en rupsen

Het komt voor dat bij de controle bij de preventieve bestrijding geen haarden van rupsen gevonden worden, maar in een later stadium (het vierde larvale stadium) er toch nog rupsen ’opduiken‘. Vanaf dit ontwikkelingsstadium bezitten de rupsen over het gehele lichaam talrijke brandharen, waardoor zij ook niet meer gevoelig zijn voor een preventieve bestrijding met Bacillus thuringiensis. Vanaf dan is het afbranden van nesten en rupsen de meest aangewezen beheerstechniek.

Wanneer je hinder ondervindt van rupsen in bomen op openbaar domein of bomen op je private eigendom, mag je hiervan melding maken bij de gemeentelijke milieudienst: tel. 011 79 01 70 of milieu@meeuwen-gruitrode.be.

Niet verwarren met andere beestjes!

Af en toe maakt een verontruste inwoner melding van rupsen op een ’kardinaalsmuts’. In dit geval hebben we niet te maken met de eikenprocessierups, maar met de stippelmot. De stippelmot maakt spinsels op de kardinaalsmuts, en lijkt op die manier op een eikenprocessierups. In de zomer vormt de kardinaalsmuts nieuwe bladeren en is de ’last‘ voorbij. Er manifesteert zich slechts één generatie in het voorjaar. De struik zelf heeft bladgroen op de stengel en ondervindt daardoor weinig hinder van de stippelmot. Er is geen hinder voor de mens, waardoor dit onschuldige beestje niet bestreden dient te worden.

Contact Informatie